https://www.verba-advocatenkantoor.nl/wp-content/uploads/2021/10/taxi-2-1280x919.jpg

blogUber. Over en sluiten?

10 oktober 2021

Op 13 september 2021 deed de rechtbank Amsterdam uitspraak in een door vakbond FNV tegen Uber aangespannen rechtszaak. Daarbij ging het over de vraag of Uber-chauffeurs in dienst zijn van Uber of dat zij als zelfstandige dienen te worden aangemerkt.

Velen zullen het toejuichen en niet verbaasd zijn dat de rechtbank oordeelde dat de rechtsverhouding tussen Uber en de chauffeurs alle kenmerken van een arbeidsovereenkomst heeft. En dát die rechtsverhouding (dus) als arbeidsovereenkomst dient te worden aangemerkt. Dat de zaak bij de rechtbank Amsterdam speelde en niet in een andere rechtbank, zal ongetwijfeld aan dit oordeel hebben bijgedragen. Amsterdam is over het algemeen wat meer werknemers-vriendelijk.

Niettemin is het de vraag of dit oordeel juist is en of de rechtbank zich niet te veel heeft laten leiden door wat zij de meest wenselijke uitkomst acht.

De rechtbank loopt de drie kenmerkende onderdelen van een arbeidsovereenkomst na: arbeid, loon, gezagsverhouding. De rechtbank kent de meeste betekenis toe aan de eis van de gezagsverhouding. De gezagsverhouding speelt zelfs, zo geeft de rechtbank aan, een sleutelrol.

De rechtbank introduceert zelfs een geheel nieuw soort gezagsverhouding, namelijk een volgens haar van het “klassieke model” (wat dat dan ook moge zijn) afwijkende, “moderne gezagsverhouding”.

Omdat de Uber-chauffeur, aldus de rechtbank, het moet doen met door Uber voorgeschreven voorwaarden, zelf niet de prijs kan bepalen, Uber de meest logische route adviseert, de chauffeur een “rating” krijgt en, als zijn rating onvoldoende is, geen ritten meer krijgt, dat is allemaal, volgens de rechtbank althans, reden om te spreken van een nieuw soort gezagsverhouding. Of, zoals de rechtbank het noemt, “modern werkgeversgezag”. En dus is sprake van een arbeidsovereenkomst.

De rechtbank miskent daarmee, sterker nog, het lijkt geen enkele rol te spelen, dat de Uber-chauffeur, anders dan de klassieke taxichauffeur die (wel) gewoon in loondienst is, zélf, bijvoorbeeld, maar toch bepaald niet onbelangrijk, investeert in een auto. Hoezo geen ondernemerschap? Ook past juist bepaald niét in een arbeidsovereenkomst, dat een taxichauffeur geen werk meer krijgt als hij zijn werk niet goed doet. Een echte werkgever die zijn werknemer niet meer inzet omdat die zijn werk niet goed doet, moet nog gevonden worden. Dat kán namelijk in een echte arbeidsovereenkomst helemaal niet zo gemakkelijk.

Zo zijn er nog wel meer kanttekeningen te plaatsen bij dit vonnis. Het is de vraag of, als het onwenselijk is dat arbeidsverhoudingen zoals bij Uber zich ontwikkelen, deze dan maar gekwalificeerd dienen te worden als arbeidsovereenkomst. In feite past het label arbeidsovereenkomst hier gewoon niet goed. Ongetwijfeld dat er Uber chauffeurs zijn die het toejuichen dat ze nu in dienst kunnen komen van Uber, maar een ander deel zal daar juist geen enkele behoefte voor voelen.

https://www.verba-advocatenkantoor.nl/wp-content/uploads/2021/01/VERBA_logo_kader-160x160.png
Baronielaan 23, 4818 PA Breda
Postbus 5640, 4801 EA Breda