https://www.verba-advocatenkantoor.nl/wp-content/uploads/2021/08/vrachtverkeer-1280x963.jpg

blogWaar werkt de Oost-Europese vrachtwagenchauffeur?

9 augustus 2021

Al sinds het verdwijnen van het IJzeren Gordijn en vooral sinds de Oost-Europese landen lid zijn geworden van de Europese Unie, hebben Nederlandse transportbedrijven manieren gezocht om te profiteren van de lagere lonen zoals die in, in eerste instantie vooral in Polen, maar daarna ook in landen nog verder naar het Oosten gelegen, worden betaald aan vrachtwagenchauffeurs. Was het in de jaren 90 vooral de Inspectie Verkeer en Waterstaat (tegenwoordig: ILT) die op grond van publiekrechtelijke wet- en regelgeving het Nederlandse pioniers in Oost-Europa lastig maakte, later hebben ook de vakbonden geprobeerd Nederlandse vervoerders dwars te zitten. Vooral het FNV laat zich niet onbetuigd. Onder het mom van opkomen voor de Oost-Europese chauffeur, voeren de vakbonden vooral een achterhoede gevecht in een poging om over de rug van deze Oost-Europese chauffeurs, de positie van Nederlandse vrachtwagenchauffeurs veilig te stellen.

Het zal geen verbazing wekken als je een willekeurige Poolse of Hongaarse vrachtwagenchauffeur, aangesproken op een willekeurige parkeerplaats langs ’s-lands snelwegen, vraagt of hij het ook een goed plan vindt om te proberen een forse nabetaling te krijgen op het loon wat hij al jaren en ongetwijfeld in eerste instantie naar zijn volle tevredenheid verdiend heeft, waar deze chauffeur vervolgens helemaal niets voor hoeft te doen, behalve dat hij even een krabbel zet onder een machtiging zodat de vakbond voor hem aan de slag gaat, hij daar graag ja op zal zeggen. Voor deze chauffeur een loterij zonder nieten. Het kost hem niets en wellicht dat hij achteraf met een flinke zak geld naar huis mag. Geen chauffeur die daar nee tegen zegt.

Zo verging het ook de chauffeurs in dienst van Silo-Tank Kft., een vennootschap naar Hongaars recht en gelieerd aan het Nederlandse Van Bosch concern. Sinds ’n goede zeven jaar is vakbond FNV in het geweer tegen Silo-Tank. Na de eerste uitspraak van de kantonrechter in Den Bosch in 2015, lijkt nu eindelijk met de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 juli 2021 een (voorlopig?) sluitstuk te zijn bereikt. Het hof oordeelt dat voor de betreffende Hongaarse chauffeurs, Nederland het zogenaamde “gewone werkland” is, met als gevolg dat Nederlandse arbeidsvoorwaarden op de arbeidsovereenkomst tussen de Hongaarse (!) werkgever en de Hongaarse (!) chauffeurs van toepassing zijn.

Aan de hand van in eerdere rechtspraak van het Europese Hof van Justitie door dat hof geformuleerde zogenaamde gezichtspunten, oordeelt het hof in Leeuwarden nu dat Nederland het gewone werkland is. De gezichtspunten die het hof in aanmerking neemt, zijn onder andere de vraag vanuit welk land de transportopdrachten worden verricht, vanuit welk land de opdrachten worden verstrekt, waar zich de vrachtwagens bevonden, waar het vervoer zelf hoofdzakelijk wordt verricht en waar de goederen worden geladen en gelost.

Hoewel de goederen, zo overweegt het hof, vooral buiten Nederland worden gelost (niet geheel duidelijk wordt, waar de goederen zijn geladen), meent het hof dat aan de hand van de gezichtspunten toch de conclusie gerechtvaardigd is dat Nederland het gewone werkland is. Het heeft er toch wat van weg dat het hof vooral naar de conclusie dat Nederland het gewone werkland is, heeft willen toe redeneren. De vervoersovereenkomst wordt gekarakteriseerd door het vervoer van plaats A naar plaats B. Het gaat er dus in het verband van een vervoersovereenkomst om, dat goederen van de ene plaats naar de andere plaats worden vervoerd. Dát is de kern van de vervoersovereenkomst. Om die reden zou er veel voor te zeggen zijn dat de vraag wáár de goederen geladen en wáár de goederen worden gelost, van doorslaggevende betekenis is, óók voor de vraag wat het gewoonlijk werkland van de chauffeur is. Dat lijkt door het hof te worden miskend. Het is dan ook de vraag of Silo-Trans het er bij laat zitten of dat zij toch ook daarover een oordeel vraagt van de Hoge Raad. Zodat we vervolgens weer enkele jaren verder zijn voordat we het echt weten.

https://www.verba-advocatenkantoor.nl/wp-content/uploads/2021/01/VERBA_logo_kader-160x160.png
Baronielaan 23, 4818 PA Breda
Postbus 5640, 4801 EA Breda