https://www.verba-advocatenkantoor.nl/wp-content/uploads/2022/08/medisch-1280x853.jpg

blogCosmetische ingrepen en ander medisch ongerief; ziek of niet ziek?

2 september 2022

Het is bekend dat werknemers die ziek worden en als gevolg daarvan hun werkzaamheden niet meer kunnen verrichten, recht hebben op doorbetaling van hun loon. Dat recht heeft een werknemer onder andere niet, indien de ziekte opzettelijk is veroorzaakt. De opzet van de werknemer moet dan daadwerkelijk gericht zijn op het ziek worden. Een dergelijk opzet wordt niet snel aangenomen. Opzettelijk risicovol gedrag, zoals bijvoorbeeld allerlei risicovolle sporten beoefenen, leidt er niet toe dat als de werknemer als gevolg daarvan bijvoorbeeld geblesseerd raakt (en ziek wordt), dan dient te worden aangenomen dat de opzet van de werknemer gericht was op het ziek worden.

De Rotterdamse kantonrechter moest vrij recent oordelen over de vraag of een werknemer die een medische ingreep onderging (een borstverkleining) opzettelijk ziek was en om die reden geen recht had op loondoorbetaling. Werkgever en werknemer waren het er weliswaar over eens dat er sprake was van ziekte. Ze verschilden echter van mening over de vraag of de periode van herstel voor rekening van de werknemer of voor rekening van de werkgever kwam. En of de werknemer dus wel of geen recht op loondoorbetaling had.

De rechter komt tot het oordeel dat van een puur cosmetische ingreep geen sprake is, maar dat de operatie wel degelijk was ingegeven door de wens om rugklachten te verminderen. Het was de werknemer (dus) niet te doen geweest om arbeidsongeschikt te worden en om ziekengeld van de werkgever te incasseren (wat overigens wel een overweging is die vrij cru overkomt…).

Het is niet de eerste keer dat rechters de vraag moeten beantwoorden of plastische chirurgie en als gevolg daarvan ontstane (tijdelijke) uitval wegens ziekte voor rekening van de werkgever of voor rekening van de werknemer komt. Vaak valt het oordeel in het voordeel van de werknemer uit.

In de zaak waar de kantonrechter te Rotterdam moest oordelen, op basis van wat te lezen valt in de uitspraak, bestond voldoende aanleiding om te kunnen aannemen dat de ingreep wel degelijk ook een medisch reden had. Het is daarom enigszins verbazingwekkend dat deze werkgever zich desondanks op het standpunt stelde dat sprake was van opzet. Het is dan ook niet helemaal uitgesloten dat er tussen deze werkgever en werknemer eigenlijk heel iets anders speelde. Daar zegt de uitspraak echter niets over.

https://www.verba-advocatenkantoor.nl/wp-content/uploads/2021/01/VERBA_logo_kader-160x160.png
Baronielaan 23, 4818 PA Breda
Postbus 5640, 4801 EA Breda